Lahav Shani & Mahler 4

Terug naar concertagenda
  • Datum 30 mei 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie Grote Orkesten II
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 45 tot € 51

Het laatste concert van Lahav Shani als chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Lahav Shani © Marco Borggreve
  • Datum 30 mei 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie Grote Orkesten II
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 45 tot € 51

Uitvoerenden

  • Mozart Aria Ch'io mi scordi di te?
  • Zedginidze Symfonisch gedicht opus 16 (gecomponeerd in opdracht van NTR ZaterdagMatinee en Rotterdams Philharmonisch Orkest, mede mogelijk gemaakt door de Vrienden van de Matinee)
  • Wagenaar Ouverture Cyrano de Bergerac
  • Mahler Vierde symfonie

Lahav Shani en Mahler 4

Een hemels feest
Gustav Mahler was een man met een dubbele carrière. Vanaf zijn 37ste dirigeerde hij tien jaar lang de Weense Hofoper, de laatste drie jaar van zijn leven was hij actief in New York. Als componist heeft hij de nodige kritiek moeten incasseren, in de eerste plaats van zijn Weense publiek. In Amsterdam was dat heel anders, daar werd hij door Willem Mengelberg te vuur en te zwaard verdedigd. Op dit programma klinkt zijn Vierde symfonie, met het wonderschone Wunderhorn-lied Das himmlische Leben, gezongen door Chen Reiss.

Mozart van de 21ste eeuw
Chen Reiss opent het concert met een ‘afscheidsaria’ van Mozart. Die staat symbool voor dit laatste concert waarin Lahav Shani als chef-dirigent het Rotterdams Philharmonisch Orkest leidt. Shani laat ons bij deze gelegenheid kennismaken met de zeer jonge Georgische componist en pianist Tsotne Zedginidze, door niemand minder dan Daniel Barenboim uitgeroepen tot de Mozart van de 21ste eeuw.

Greenwood x Strootman: solo gitaar en viool

Terug naar concertagenda
  • Datum 16 mei 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie Nieuwe Muziek, NXT GEN
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 45 tot € 51

Jonny Greenwood speelt Electric Counterpoint van Reich! Verder Dessner en nieuwe werken van Strootman en Greenwood, stilistisch grensoverschrijdend…

Jonny Greenwood © Simon van Boxtel

Wegens omstandigheden wordt dirigent André de Ridder vervangen door Hugh Tieppo-Brunt.

 

  • Datum 16 mei 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie Nieuwe Muziek, NXT GEN
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 45 tot € 51

Uitvoerenden

  • Dessner Garcia Counterpoint
  • Strootman Chimes of Freedom, concert voor viool, slagwerk en strijkorkest (opdrachtwerk van NTR ZaterdagMatinee, wereldpremière) *
  • Reich Electric Counterpoint
  • Greenwood Vioolconcert ‘æþm’ (naar Horror vacui, 2019) (Nederlandse première)

Greenwood x Strootman: solo gitaar en viool

* Chimes of Freedom van Aart Strootman is gecomponeerd met steun van de Vrienden van de Matinee.

Jonny Greenwood speelt Electric Counterpoint
Alternatieve pop/rock en modern klassiek zijn steeds meer naar elkaar toe gegroeid. Eigenlijk begon dat al in de jaren zestig met de minimal music van Steve Reich en geestverwanten. De strakke, groovy patronen van weleer zijn nog altijd herkenbaar. Zoals in Reichs gitaarcompositie Electric Counterpoint, die niemand minder dan Radiohead-gitarist Jonny Greenwood voor zijn rekening neemt! Greenwood levert daarnaast een sfeerrijke compositie: zijn nieuwe Vioolconcert ‘æþm’, naar het eerder gecomponeerde Horror vacui, is een bijna ritueel aandoend stuk voor viool en 56 strijkers, waarbij de musici heel wat meer te doen krijgen dan strijken alleen. Dit is muziek voor oren en ogen, uiteraard met de duistere ondertonen die je van een Radiohead-hoofd mag verwachten.

Pop, minimal, folk, barok, avant-garde
Ook Bryce Dessner put uit een grote muzikale vijver. Behalve rockgitarist in The National is hij componist van veelstijlige stukken. Popinvloeden en de voor een Amerikaan bijna vanzelfsprekende hints naar minimal music combineert hij met folk, snufjes barok en avant-garde. Een fraai voorbeeld is Garcia Counterpoint, een ‘companion piece’ bij Electric Counterpoint en gebaseerd op een gitaarsolo van Jerry Garcia (Grateful Dead). In Garcia Counterpoint soleert Aart Strootman op elektrische gitaar. En op zijn beurt neemt ook Strootman, doorkneed in experimentele pop én minimal music, eigen werk mee, speciaal gecomponeerd in opdracht van de ZaterdagMatinee.

In de Spiegel · Spiegelzaal, 13.40 uur
Kom vóór het concert naar de Spiegelzaal voor interviews met componisten, musici en meer.
Inleiding door Remy Alexander.

Steun

Word Vriend van de Matinee

Als trouwe bezoekers willen wij een bijdrage leveren aan het in stand houden van het unieke karakter en de hoge kwaliteit van de ZaterdagMatinee. Daarom: word Vriend of Genoot van de Matinee

Vrienden

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor de nieuwsbrief.

In hogere sferen met Ligeti en Langgaard

Terug naar concertagenda
  • Datum 9 mei 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie 65 jaar NTR ZaterdagMatinee, Vocaal
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 45 tot € 51

Hoe atmosferisch kan een concert zijn? In de context van de experimentele Hongaar Ligeti en de eigengereide Deen Langaard klinkt Sibelius’ vermaarde Vioolconcert opeens weer modern.

Elina Vähälä

Bekijk op YouTube een filmpje waarin de Deense componist Per Nørgård onthult hoe hij György Ligeti ertoe verleidde Rued Langgaards Muziek der Sferen te ontdekken…

 

  • Datum 9 mei 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie 65 jaar NTR ZaterdagMatinee, Vocaal
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 45 tot € 51

Uitvoerenden

  • Jockel nox aeterna, voor viool, koor, orkest en elektronica (opdrachtwerk NTR ZaterdagMatinee en Siemens Foundation, wereldpremière)
  • Sibelius Vioolconcert
  • Ligeti Lux aeterna
  • Langgaard Sfærernes Musik (Muziek der sferen)

In hogere sferen met Ligeti en Langgaard

Elina Vähälä speelt Sibelius
Elina Vähälä kent het werk van binnenuit: het Vioolconcert van haar landgenoot Jean Sibelius. De Fin schreef maar één soloconcert: voor zijn eigen viool. Al een eeuw lang houdt het stand tussen de topstukken van het repertoire. Sibelius combineert grote virtuositeit met zijn eigen, ongrijpbare lyriek.

Karajan-prijswinnaar Oscar Jockel
Het enigmatische karakter van Sibelius’ muziek vindt een echo in Muziek der sferen, een orkestwerk uit 1918 van de Deense componist Rued Langgaard. Hij introduceert daarin verschillende vooruitstrevende vernieuwingen, die later in de twintigste eeuw tot de standaardpraktijk van de avant-garde zouden behoren. Zo laat hij de pianist in het orkest rechtstreeks de snaren van zijn instrument bespelen en schrijft hij langzaam voortbewegende clusters voor de strijkers. Dat laatste inspireerde de Hongaar György Ligeti, die Langgaard de pionier van de spectrale muziek noemde. Van hem zingt het Groot Omroepkoor het zestienstemmige Lux aeterna, de hypnotiserende verklanking door een atheïst van het eeuwige licht uit het katholieke requiem.

De jonge Duitse componist en dirigent Oscar Jockel, winnaar van de Herbert von Karajan Prijs 2023, leidt dit fijn uitgekiende programma in met een nieuw eigen werk voor groot orkest.

In de Spiegel · Spiegelzaal, 13.40 uur
Kom vóór het concert naar de Spiegelzaal voor interviews met componisten, musici en meer.
Inleiding door Remy Alexander.

Steun

Word Vriend van de Matinee

Als trouwe bezoekers willen wij een bijdrage leveren aan het in stand houden van het unieke karakter en de hoge kwaliteit van de ZaterdagMatinee. Daarom: word Vriend of Genoot van de Matinee

Vrienden

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Jörg Widmann dirigeert Beethoven en zichzelf

Terug naar concertagenda
  • Datum 25 april 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie Grote Orkesten II
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 45 tot € 51

Componist, klarinettist en dirigent Jörg Widmann dirigeert zijn eigen virtuoze Con brio als opmaat naar Beethovens briljante Zevende symfonie.

Jörg Widmann © Marco Borggreve
  • Datum 25 april 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie Grote Orkesten II
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 45 tot € 51

Uitvoerenden

  • Widmann Con brio
  • Korngold Symfonische serenade
  • Beethoven Zevende symfonie

Jörg Widmann dirigeert Beethoven en zichzelf

Op weg naar Beethoven
Jörg Widmann is tegenwoordig een van de meest gespeelde levende componisten ter wereld. Dat komt mede door het succes van de ‘concertouverture’ Con brio. De Duitser schreef het werk ‘in grote haast’ in 2008 voor het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks als inleiding op een Beethovenprogramma. Widmann citeert Beethoven niet echt, maar baseerde zich op de karakteristieken van diens Zevende en Achtste symfonie.

Vergetelheid
Beethovens Zevende symfonie, door Richard Wagner bewonderend de ‘apotheose van de dans’ genoemd, krijgt gezelschap van de Symfonische serenade van Erich Wolfgang Korngold. Hij schreef het virtuoze werk voor strijkorkest in 1947 in de nadagen van zijn carrière. Weer teruggekeerd uit de Verenigde Staten werd hij in het naoorlogse Oostenrijk beschouwd als een anachronisme. Zijn Symfonische serenade, die qua ritmische finesse niet onderdoet voor Beethovens Zevende symfonie, dreigde te verdrinken in vergetelheid. Ten onrechte, zo zal blijken.

In de Spiegel · Spiegelzaal, 13.40 uur
Kom vóór het concert naar de Spiegelzaal voor interviews met componisten, musici en meer.
Inleiding door Frederike Berntsen.

Steun

Word Vriend van de Matinee

Als trouwe bezoekers willen wij een bijdrage leveren aan het in stand houden van het unieke karakter en de hoge kwaliteit van de ZaterdagMatinee. Daarom: word Vriend of Genoot van de Matinee

Vrienden

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Brockes-Passion van Händel

Terug naar concertagenda
  • Datum 18 april 2026
  • Aanvang In de Spiegel 12.55 uur
  • Aanvang Concert 13.30 uur
  • Serie Oude Muziek
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 51 tot € 58

Kort na Pasen brengt Maarten Engeltjes met enkele befaamde collega’s Händels dramatische lijdensverhaal, de Brockes-Passion.

Maarten Engeltjes © Hans van der Woerd
  • Datum 18 april 2026
  • Aanvang In de Spiegel 12.55 uur
  • Aanvang Concert 13.30 uur
  • Serie Oude Muziek
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 51 tot € 58

Brockes-Passion van Händel

Bestseller uit de barok
De dichter Heinrich Barthold Brockes was een vaandeldrager van de Duitse literaire verlichting, maar zijn eeuwige roem heeft hij te danken aan de muziekgeschiedenis. Hij is de auteur van een zeer populair oratoriumlibretto dat voluit De voor de zonden der wereld gemartelde en stervende Jezus heet, kortweg de Brockes-Passion. Meteen na de première van 1712, op muziek van Reinhard Keiser, was de tekst een bestseller, en in de eerste vijftien jaar na zijn verschijnen kreeg het wel dertig herdrukken.

Händels aangrijpende lijdensverhaal
Niet minder dan tien componisten zetten na Keiser het libretto op muziek. En het waren niet de minsten! Ook drie van Brockes’ vrienden namen de handschoen op: Telemann, Mattheson en Händel. Die laatste woonde toen al vier jaar in Londen, waar hij aan het begin stond van zijn spectaculaire carrière als componist van Italiaanse opera’s. Dat hij in 1716 toch nog dit Duitstalige oratorium componeert, wijst erop dat hij de banden met het continent nog niet helemaal wilde verbreken. De dramatische en sterk beeldende poëzie waarmee Brockes het Bijbelse lijdensverhaal vertelt, past Händels uitgesproken theaterinstinct sowieso als een handschoen.

In de Spiegel · Spiegelzaal, 12.55 uur
Kom vóór het concert naar de Spiegelzaal voor interviews met componisten, musici en meer.
Inleiding door Ben Coelman.

Steun

Word Vriend van de Matinee

Als trouwe bezoekers willen wij een bijdrage leveren aan het in stand houden van het unieke karakter en de hoge kwaliteit van de ZaterdagMatinee. Daarom: word Vriend of Genoot van de Matinee

Vrienden

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Petroesjka en nieuw werk van Wohl

Terug naar concertagenda
  • Datum 11 april 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie 65 jaar NTR ZaterdagMatinee, Grote Orkesten I, NXT GEN
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 45 tot € 51

De wereldpremière van het Pianoconcert van Daniel Wohl, composer in residence.

Daniel Wohl
  • Datum 11 april 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie 65 jaar NTR ZaterdagMatinee, Grote Orkesten I, NXT GEN
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 45 tot € 51

Uitvoerenden

  • Auerbach Icarus
  • Wohl Lighthouse, concert voor piano, orkest en elektronica (wereldpremière, opdrachtwerk NTR ZaterdagMatinee, London Sinfonietta en Casco Phil, mede mogelijk gemaakt door de Vrienden van de Matinee)
  • Stravinsky Petroesjka

Petroesjka en nieuw werk van Wohl

De val van Icarus en de ziel van Petroesjka
Je zou kunnen zeggen dat de spanning tussen mens en technologie een belangrijke rol speelt in dit concert met werken van Lera Auerbach, Igor Stravinsky en Daniel Wohl. Icarus, Petroesjka en Wohls nieuwe pianoconcert tonen elk op hun eigen manier hoe technologische of mechanische concepten kunnen worden geladen met emotie en menselijkheid. In Auerbachs Icarus staat de mythe van de mens die de natuur wil overstijgen centraal, vaak met tragische gevolgen. Auerbachs muziek geeft deze strijd een intieme, menselijke stem. Stravinsky’s Petroesjka gaat nog een stap verder door een marionet tot leven te brengen. Petroesjka is een pop, maar Stravinsky’s innovatieve gebruik van bitonaliteit en ritmiek geven hem emoties en een ziel.

Wohls warme gelaagdheid
Daniel Wohl brengt dit idee naar het heden met zijn pianoconcert, waarin elektronica en akoestische instrumenten ongetwijfeld naadloos in elkaar overgaan. Wohl gebruikt technologie niet alleen als middel, maar als integraal onderdeel van zijn muzikale expressie. Hij geeft abstracte elektronische klanken een warme, menselijke gelaagdheid. Een concert waarin machines transformeren tot dragers van menselijke ervaring, in een wereld waarin technologie steeds dominanter wordt.

In de Spiegel · Spiegelzaal, 13.40 uur
Kom vóór het concert naar de Spiegelzaal voor interviews met componisten, musici en meer.
Inleiding door Remy Alexander.

Steun

Word Vriend van de Matinee

Als trouwe bezoekers willen wij een bijdrage leveren aan het in stand houden van het unieke karakter en de hoge kwaliteit van de ZaterdagMatinee. Daarom: word Vriend of Genoot van de Matinee

Vrienden

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Ton Koopman dirigeert Bach

Terug naar concertagenda
  • Datum 14 maart 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie Oude Muziek
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 51 tot € 58

Ton Koopman leidt zijn Amsterdam Baroque Orchestra in twee orkestsuites én twee Brandenburgse concerten van Bach.

Ton Koopman © Foppe Schut
  • Datum 14 maart 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie Oude Muziek
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 51 tot € 58

Uitvoerenden

  • Bach Orkestsuite nr. 4 in D BWV 1069
  • Bach Brandenburgs concert nr. 3 in G BWV 1048
  • Bach Brandenburgs concert nr. 4 in G BWV 1049
  • Bach Orkestsuite nr. 3 in D BWV 1068

Ton Koopman dirigeert Bach

Monumentaal, dansant en virtuoos
Ton Koopman dirigeert zijn Amsterdam Baroque Orchestra in een programma dat volledig is gewijd aan zijn eerste liefde, Johann Sebastian Bach. De Derde en Vierde Orkestsuite tonen Bach op zijn monumentaalst en heel dansant. In het Derde en Vierde Brandenburgs concert speelt Bach met contrast en virtuositeit. Daarbij staat de kamermuzikale helderheid centraal. In handen van Ton Koopman krijgen deze werken ruimte om te ademen: transparant, energiek en geworteld in een diep historisch begrip van Bachs muzikale taal.

In de Spiegel · Spiegelzaal 13.40 uur
Kom vóór het concert naar de Spiegelzaal voor interviews met componisten, musici en meer.
Inleiding door Jan Van den Bossche.

Steun

Word Vriend van de Matinee

Als trouwe bezoekers willen wij een bijdrage leveren aan het in stand houden van het unieke karakter en de hoge kwaliteit van de ZaterdagMatinee. Daarom: word Vriend of Genoot van de Matinee

Vrienden

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Haydns Laatste Woorden: tussen angst en schoonheid

Terug naar concertagenda
  • Datum 7 maart 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie Grote Orkesten I
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 45 tot € 51

Ensemble Resonanz combineert Haydns meesterlijke Sieben letzte Worte met aangrijpende teksten van Wolfgang Herrndorf.

Gijs Scholten van Aschat
  • Datum 7 maart 2026
  • Aanvang In de Spiegel 13.40 uur
  • Aanvang Concert 14.15 uur
  • Serie Grote Orkesten I
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 45 tot € 51

Uitvoerenden

  • Haydn Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze
  • Herrndorf Arbeit und Struktur (2013)

Haydns Laatste Woorden: tussen angst en schoonheid

Laatste woorden
Joseph Haydn schreef Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze oorspronkelijk als een orkestwerk. Zeven langzame delen en een snel en dramatisch slot gaven klank aan de zeven laatste woorden van Christus aan het kruis. Haydn deed dat in 1786 in opdracht van een mecenas die de decoratie van de San Cueva-grot onder de Santo Rosario-kerk in Cádiz bekostigd had. Het werk was bedoeld voor uitvoering op Goede Vrijdag in die grot en kent inmiddels diverse gedaanten.

Hersentumor
De gedaante die Ensemble Resonanz eraan geeft, betekent een indringende actualisering van Haydns noten. Gijs Scholten van Aschat citeert niet Christus’ laatste woorden, maar teksten van de Duitse auteur Wolfgang Herrndorf, die in 2013 overleed aan de gevolgen van een hersentumor. Zijn teksten gaan over dagelijkse zaken waar hij tegenaan loopt, maar zijn doordrongen van het besef dat hij gaat sterven. Zo krijgen Haydns noten een actueel en uiterst persoonlijk karakter.

Lees meer in het programmaboekje.

In de Spiegel · Spiegelzaal, 13.40 uur
Kom vóór het concert naar de Spiegelzaal voor interviews met componisten, musici en meer.
Inleiding door Lidewijde Paris.

Steun

Word Vriend van de Matinee

Als trouwe bezoekers willen wij een bijdrage leveren aan het in stand houden van het unieke karakter en de hoge kwaliteit van de ZaterdagMatinee. Daarom: word Vriend of Genoot van de Matinee

Vrienden

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Karina Canellakis dirigeert Peter Grimes van Britten

Terug naar concertagenda
  • Datum 21 maart 2026
  • Aanvang In de Spiegel 12.25 uur
  • Aanvang Concert 13.00 uur
  • Serie Opera
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 71 tot € 81

Karina Canellakis duikt in de wereld van Benjamin Brittens Peter Grimes. De gelaagde titelrol wordt gezongen door Joachim Bäckström.

Joachim Bäckström © Emelie Kroon
  • Datum 21 maart 2026
  • Aanvang In de Spiegel 12.25 uur
  • Aanvang Concert 13.00 uur
  • Serie Opera
  • Locatie Het Concertgebouw Amsterdam
  • Prijs van € 71 tot € 81

Peter Grimes van Britten

Schuldig of niet?
Peter Grimes (1945) is een van de eerste opera’s van Benjamin Britten, en zeker ook een van de meest succesvolle. Het lijkt een verhaal over een eenvoudige visser, Peter Grimes, die het slachtoffer wordt van een hypocriete gemeenschap. De kracht van de opera ligt echter in de morele dubbelzinnigheid van het titelpersonage. Is hij schuldig of onschuldig aan de dood van zijn vissershulpjes? Britten schetst een veelzijdig karakter, een partij die hij schreef voor zijn levenspartner, de tenor Peter Pears.

Boosaardige rol voor het koor
Al vanaf de eerste lyrische aria in het eerste bedrijf, ‘Now the Great Bear and Pleiades’, roept Grimes verwarring en afkeuring op in zijn vissersdorp aan de Britse oostkust. De mensen die hem blijven steunen, sopraanrol Ellen Orford en baritonrol Balstrode, kunnen hem aan het slot niet redden. Peter Grimes is eveneens een kooropera. De klinkende stem van de gemeenschap bijt soms diep in de huid van hun slachtoffer. In Brittens eigen woorden: ‘Hoe boosaardiger de maatschappij, hoe boosaardiger het individu’. Toch vindt hij voor dit werk een evocatieve orkestrale pracht, waarin de zee zelf een grote rol speelt.

In de Spiegel · Spiegelzaal, 12.25 uur
Kom vóór het concert naar de Spiegelzaal voor interviews met componisten, musici en meer.
Inleiding door Laura Roling.

Steun

Word Vriend van de Matinee

Als trouwe bezoekers willen wij een bijdrage leveren aan het in stand houden van het unieke karakter en de hoge kwaliteit van de ZaterdagMatinee. Daarom: word Vriend of Genoot van de Matinee

Vrienden

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Video overzicht


Barbara Hannigan zingt 'Let me tell you'

  • Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Karina Canellakis

Sagen en legenden

Voor zijn tragedie Hamlet greep Shakespeare terug op een sage van de Vikingen, in de twaalfde eeuw opgetekend door Saxo Grammaticus in zijn kroniek Gesta Danorum (Daden der Denen). De Deense componist Hans Abrahamsen geeft Hamlets liefje Ophelia een hoofdrol in zijn lyrische liederencyclus Let me tell you. Wagner liet zich voor Parsifalinspireren door een epos van Wolfram von Eschenbach uit de dertiende eeuw over de gelijknamige graalridder die zich ontpopt als verlosser in de geest van Christus. Ook Sibelius greep voor zijn Lemminkäinen-suite terug op een oude sage, over een vrouwenversierder die na zijn verscheiden opstaat uit de dood.

Richard Wagner: Ouverture tot Parsifal

Parsifal was Wagners laatste opera, die in 1882 in première ging in het Festspielhaus in Bayreuth. Aan dit ‘Bühnenweihfestspiel’ ging een lange ontstaansgeschiedenis vooraf. Het eerste vonkje sloeg over op Wagner toen hij in 1845 Parzival van Wolfram von Eschenbach las, een episch verhaal over de gelijknamige graalridder uit de dertiende eeuw. Twaalf jaar later voltooide hij een eerste concept in Zürich, in het vakantiehuis dat Otto en Mathilde Wesendonck hem ter beschikking hadden gesteld.

Hoewel het thema hierna geregeld terugkeert in zijn correspondentie met Mathilde, neemt hij de opera pas weer op in 1865. Op verzoek van Koning Lodewijk II van Beieren maakt hij een korte beschrijving van het verhaal en schetst de voornaamste personages. Maar vervolgens duurt het nog tot 1877 voor hij opnieuw de draad oppakt en een eerste volledige tekstontwerp maakt. Dan begint hij te componeren en een jaar later voltooit hij het eerste bedrijf.

Het voorspel (door Wagner zelf ‘Prelude’ genoemd) wordt op kerstdag 1878 uitgevoerd in zijn huis Wahnfried, als verjaardagscadeau voor zijn tweede vrouw Cosima. Hierna verfijnt hij de orkestratie en componeert de volgende twee bedrijven; begin 1882 is de complete opera af.

Het heidens-christelijke verhaal laat zich lastig samenvatten. Het komt erop neer dat de graalridders twee belangrijke relikwieën zijn kwijtgeraakt: de kelk van het laatste avondmaal en de speer waarmee Christus’ zijde werd doorboord. Deze zijn nu in handen van de tovenaar Klingsor, door een onbesuisde actie van Koning Amfortas. Hij viel voor de charmes van Klingsors medeplichtige Kundry en raakte verwond door de speer die hij probeerde terug te veroveren. Alleen een ‘reine dwaas’, ongevoelig voor zonde, kan verlossing brengen: Parsifal. Deze onschuldige jongen weerstaat Kundry’s verleidingskunsten, herovert de speer op Klingsor, geneest Amfortas en wordt tot koning van de graalridders gekroond.

Net als de opera valt ook de Prelude uiteen in drie delen. De opening is fluisterzacht, met een traag stijgend motief van gedempte strijkers, fagotten, klarinetten en althobo, waarin zich gaandeweg de overige houtblazers en het koper mengen. Een solo trompet herhaalt dit ‘Avondmaalthema’, waarna het nogmaals klinkt, maar dan in mineur. De sfeer is breekbaar, gewijd en plechtstatig. De muziek stijgt naar steeds grotere hoogten en sterft na ongeveer vijf minuten zachtjes weg.

Na een generale pauze zetten trompetten en trombones het ‘Graalthema’ in; een stijgende secunde gevolgd door een kleine terts, waarna stapsgewijs naar het octaaf toe wordt gespeeld. Hierop volgt het statige ‘geloofsmotief’ van hoorns en trompetten: een kwartsprong omhoog van Es naar As gevolgd door een terugkeer naar de uitgangstoon in de grondtoonsoort As-groot van de prelude.

In twee stijgende secundes wordt vervolgens toegewerkt naar een luide, zes tellen aangehouden G: we zijn gemoduleerd naar de dominant Es-groot. Toch klinkt deze wending als een verlossing. In gevarieerde herhalingen wordt het koraal martialer en luider, maar na enkele minuten keert de delicate sfeer terug en treedt opnieuw verstilling in. 

Tegen ultrazachte tremoli van pauken en lage strijkers zetten klarinetten en fagotten het derde deel in, met een wederom stijgend motief dat sterk verwant is aan het openingsthema. Ook dit wordt door verschillende instrumentgroepen in wisselende toonsoorten herhaald, doorsprenkeld met referenties aan de eerdere motieven. De prelude eindigt pianissimo, wederom in Es-groot.

De vele modulaties versluieren de grondtoonsoort en maken muzikaal invoelbaar dat niet alles pluis is in het domein van de Graal. Het knappe van Wagner is dat de hele, vijf uur durende opera gebouwd is op leidmotieven die grotendeels in het grondthema besloten liggen.

Hans Abrahamsen: Let me tell you

Hans Abrahamsen hoopt in december 2022 zijn zeventigste verjaardag te vieren, maar staat nu al in de schijnwerpers bij de NTR ZaterdagMatinee. Afgelopen januari beleefde het Hoornconcert zijn Nederlandse première; in mei speelt Asko|Schönberg zijn trilogie Winternacht / Wald / Schnee, en een maand later volgt de Nederlandse première van zijn op een sprookje van Andersen gebaseerde opera The Snow Queen.

Zijn naam zong al enkele decennia rond in het moderne­muziekcircuit, waar hij gold als een geheimtip voor fijnproevers. Pas in 2013 brak hij door bij het grote publiek met zijn voor Barbara Hannigan gecomponeerde liederencyclus Let me tell you. Zij bracht deze in 2013 in première met de Berliner Philharmoniker en zong een jaar later de eerste Nederlandse uitvoering met het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de Doelen en in de NTR ZaterdagMatinee.

Critici en publiek waren diep onder de indruk. “Een bruisende fontein sproeit ondefinieerbare, hoge klanken van klokkenspel, houtblazers en violen en maakt zo de kracht van Ophelia’s liefde voelbaar”, schreef Biëlla Luttmer in de Volkskrant. Zij vergeleek de vegende brushes in de sterfscène aan het slot met een “tot klank gestolde sneeuwscène uit Thomas Manns roman Der Zauberberg”.

In 2016 werd Let me tell you bekroond met de gezaghebbende Amerikaanse Grawemeyer Award. Een jaar later verscheen de liedmonoloog op een cd, die opnieuw jubelrecensies kreeg. Volgens de NRC werd een ‘magisch prisma klanken’ omgetoverd tot ‘verblindende lichtstralen of donzige sneeuwval’, The Guardian hoorde een ‘winterse orkestklank, een magische waaier van sprookjesachtige microtonale klanken’. De Britse Gramophone repte van ‘een kleine, tragische Winterreise’.

Abrahamsen componeerde Let me tell you op verzoek van Barbara Hannigan, die onder de indruk was van zijn subtiele kleurgebruik en de emotionele zeggingskracht van zijn muziek. In een interview met ondergetekende zei ze hierover: “Ik bewonder zijn originaliteit en zachtmoedigheid. […] Ik heb met Hans alle mogelijkheden van mijn stem doorgenomen, maar hem op het hart gedrukt dat grenzen altijd doorbroken kunnen worden.”

De titel Let me tell you is ontleend aan de gelijknamige novelle van Paul Griffiths uit 2008, waarin Ophelia haar verhaal doet in precies de 481 woorden die Shakespeare haar in Hamlet te spreken geeft. Door deze telkens anders te rangschikken, creëert Griffiths een soort autobiografie, waarin Ophelia reflecteert op haar leven. Van een weerloos slachtoffer transformeert ze in zo’n dertig minuten tot een zelfbewuste vrouw die haar lot in eigen handen neemt.

Griffiths stelde een driedelig libretto samen, verdeeld over zeven gezangen. In deel 1, ‘Let me tell you how it was’, kijkt Ophelia terug, naar een tijd dat er ‘no music’ in haar leven was. Abrahamsen schetst met hoge piccolotonen en klokachtige klanken van een celesta een ijle, verdroomde wereld waarin elke beweging gestold lijkt te zijn. De sopraan baant zich al tastend een weg door stratosferische hoogten en afgrondelijke laagten, met lang aangehouden tonen en een soms stotende stem à la de stile concitato van Monteverdi.

Deel 2, ‘Let me tell you how it is’, is een gepassioneerde liefdesverklaring aan Hamlet – ‘you have sun-blasted me / and turned me to light’. De muziek is beweeglijk en gepassioneerd, met felle coloraturen van de sopraan en wervelende cascades van glasachtige klanken na haar verzuchting ‘You have made me like glass – like glass in an ecstasy from your light / like glass in which light rained.’

In het afsluitende deel, ‘I know you are there’, kijkt Ophelia naar de toekomst: ‘I will find you’, zingt ze, terwijl ze een besneeuwde wereld binnenstapt vol identieke ijsbloemen. De sereniteit van het eerste deel keert terug, met uitgesponnen lijnen van de sopraan deinend op een zee van breekbare, traag verglijdende klankweefsels. ‘I will go on’, besluit ze, terwijl een slagwerker haar schuifelende voeten in de sneeuw imiteert door een vel papier over een grote trom te wrijven.

Terwijl de muziek langzaam wegebt, zweeft ons vanuit de haast gewijde stilte een vraag tegemoet: sterft Ophelia, of treedt zij een nieuw leven binnen?

Jean Sibelius: Lemminkäinen-suite

Zoals Wagner zich voor zijn opera’s liet inspireren door Germaanse sagen en legenden, zo putte Sibelius dankbaar uit de Karelische en Finse folklore, verzameld in het nationale epos Kalevala. Geïnteresseerd bezocht hij in 1890 in Berlijn uitvoeringen van Tannhäuser en Parsifal, die hij echter ervoer als zware kost. Hij stelde zijn oordeel bij toen hij in de jaren hierna in Wenen, Bayreuth en München ook een groot deel van de andere opera’s van zijn Duitse collega hoorde.

Hij bestempelde zichzelf tot ‘Wagneriaan’ en besloot ook zelf een opera te componeren, volgens het model dat Wagner had uitgewerkt in zijn essay Oper und Drama. Voor het libretto koos hij twee zangen uit Kalevala over de halfgod Väinämöinen, schepper van de wereld en schutspatroon van poëzie, liederen en magie.

Een van de scènes zou diens afdaling naar Tuonela beschrijven, het rijk van de doden. Sibelius begon meteen aan een ouverture, die hij in 1893 voltooide. In het voorwoord beschreef hij hoe het Dodenrijk omringd wordt door een snel stromende rivier met zwart water, ‘waarop de Zwaan van Tuonela voortgaat, majesteitelijk en zingend’. Hierna liet zijn inspiratie hem in de steek.

Toen hij de Faust-symfonie van Liszt bestudeerde, realiseerde hij zich dat het genre van het symfonisch gedicht (een vertelling voor orkest zonder zang) hem beter lag dan opera. “Ik ben meer een toonschilder dan een dichter”, schreef hij aan een bekende. Sibelius besloot in plaats van een operaproject een orkestsuite te baseren op de thematiek en hierin het muzikale materiaal te verwerken dat hij inmiddels had gecomponeerd.

Ook koos hij een andere hoofdpersoon: in plaats van de oude, wijze Väinä­möinen kwam de knappe vrouwenversierder Lemminkäinen. De resulterende Lemminkäinen-suite is in wezen een aaneenrijging van symfonische gedichten, die Sibelius zelf de ondertitel ‘vier legenden’ meegaf. Samen vertellen zij losjes het verhaal van de titelheld. (Aanvankelijk zette hij ‘De Zwaan van Tuonela’ op de derde plaats, later verhuisde deze naar de tweede. Tegenwoordig wordt soms de eerdere volgorde uitgevoerd).

Lemminkäinen ‘had duizend bruiden en liet duizend weduwen na’, stelt de Kalevala droogjes. Deze door alle dames begeerde Adonis kan het mooiste meisje echter enkel krijgen indien hij de Zwaan van Tuonela doodt. Dat mislukt, omdat een jaloerse rivaal hem dodelijk verwondt, zijn lichaam in stukken snijdt en in de heilige rivier gooit. Zijn moeder vist deze uit het water, naait ze aan elkaar en wekt Lemminkäinen vervolgens met een druppel honing weer tot leven.

Maar van een doorlopend verhaal is eigenlijk geen sprake, Sibelius koos van elke legende vooral de sfeer die hij muzikaal wilde verklanken. In ‘Lemminkäinen en de meisjes van het eiland’ klinken smachtende signaalmotieven van klarinetten en hobo’s tegen ondulerende motieven van de strijkers, als de klotsende golven tegen het bootje waarmee Lemminkäinen naar het eiland vaart. Lichtvoetige figuraties in hout- en koperblazers evoceren dansende maagden.

In ‘De zwaan van Tuonela’ laat Sibelius fluiten, klarinetten (behalve de basklarinet) en trompetten achterwege en spelen de strijkers veelal in het hoge register. Zo ontstaat ruimte voor de lyrische, uitgesponnen solo van de althobo, gedragen door ingehouden tremoli van het strijkerscorps, pauken en grote trom. Het statische, ragfijne klankweefsel creëert een tranceachtige, magische sfeer..

‘Lemminkäinen in Tuonela’ heeft een duistere toon, waarin geagiteerd tremolerende lage strijkers de kwade geesten van het Dodenrijk verbeelden. De spanning bouwt op naar een fortissimo uitgeschreeuwd dissonant akkoord, dat zich ontlaadt in een wervelende cascade van dalende zestienden in de strijkers. De rust keert weer en de houtblazers spelen lieflijke cantilenen tegen etherische strijkers. Dit wiegenlied representeert de ‘liefde waarmee Lemminkäinens moeder zijn brokstukken uit de rivier harkt’, vertelde Sibelius in 1948 aan zijn schoonzoon. Even klinkt weer de onheilspellende muziek van het begin, maar het deel eindigt met een hoopvol stijgende lijn van een solo cello gevolgd door een heilzame stilte.

Het vierde en laatste deel, ‘Lemminkäinens terugkeer’ is een opzwepend rondo, met razendsnelle figuraties in de strijkers en een terugkerend drietoonsmotief dat door de fagotten wordt geïntroduceerd. De ritmiek herinnert aan galopperende paarden en we jagen af op een triomfantelijk en feestelijk einde in Es-groot; Lemminkäinen is weer veilig thuis.

Sibelius bleef schaven aan zijn Lemminkäinen-suite en pas in 1939 voltooide hij de definitieve versie. Acht jaar later gooide hij alsnog de volgorde om, maar het zou tot 1954 duren voor deze versie daadwerkelijk in druk verscheen.

 Thea Derks

 

Uitvoerenden

Karina Canellakis

  • sinds 2019 chef-dirigent Radio Filharmonisch Orkest
  • vaste gastdirigent London Philharmonic Orchestra
  • dit seizoen: optredens bij Lucerne Festival en Musikfest Berlin (Boulez 1925-2025), bij de Wiener Philharmoniker
  • (Mozartwoche Salzburg) en met Blauwbaards burcht (Bartók) Staatsoper Hamburg
  • Grammy-nominatie voor Bartók-cd met RFO
  • eerder: Der Rosenkavalier (Strauss, Santa Fe), Dialogues des carmélites (Poulenc, Théâtre des Champs-Élysées)
  • begon loopbaan als violist, groeide op in New York
  • won in 2016 Sir Georg Solti Award

Barbara Hannigan

Als sopraan en dirigent brengt Barbara Hannigan producties met Simon Rattle, Sasha Waltz, Kent Nagano, Vladimir Jurowski, John Zorn, Andreas Kriegenburg, Andris Nelsons, Esa Pekka Salonen, Christoph Marthaler, Antonio Pappano, Katie Mitchell, Kirill Petrenko en Krszysztof Warlikowski. Reinbert de Leeuw was van grote invloed op haar ontwikkeling als musicus. De Canadese verzorgde ruim 85 wereldpremières. Zij werkte intensief samen met componisten als Boulez, Zorn, Dutilleux, Ligeti, Stockhausen, Sciarrino, Barry, Dusapin, Dean, Benjamin en Abrahamsen. In seizoen 2020-2021 zij, als artist in residence bij het Orchestre Philharmonique de Radio France, met videokunstenaar Denis Guéguin een live videoproductie van La voix humaine, dat zij zowel zingt als dirigeert. Zij trad onder meer op met Sir Simon Rattle en het London Sym­phony Orchestra en bij het Festival d’Aix-en-Provence en vierde haar vijftigste verjaardag in de ZaterdagMatinee. Dit seizoen keerde zij terug naar de Brusselse Munt als Lulu in de herneming van haar Lulu-productie met Warlikowski uit 2012. La voix humaine brengt haar weer naar het LSO en München. Zij zingt een wereldpremière van Zosha di Castri met het Toronto Symphony Orchestra en brengt concerten met vocaal repertoire van John Zorn in Antwerpen, Hamburg en Modena. Haar album ‘Crazy Girl Crazy’ (2017) werd onderscheiden met een Grammy Award en een Edison. Haar nieuwste album ‘La Passione’ omvat werken van Nono, Haydn en Grisey. Barbara Hannigan richtte in 2017 Equilibrium Young Artists op, en in 2020 Momentum: our Future Now, waarmee zij kunstenaars en organisaties aanmoedigt jongere professionele musici te begeleiden. Haar werk werd in 2020 bekroond met de Glashütte Original MusikFestspielPreis, en in 2021 met de Deense Léonie Sonning Muziekprijs; de geldelijke component van beide doneerde zij aan initiatieven voor jonge kunstenaars. De in Nova Scotia geboren Barbara Hannigan woont in Finistère, aan de noordwestelijke kust van Frankrijk.

Eerder in de Matinee Rihm Dies ‘Luigi Nono gewidmet’ (2003), Ligeti/Howarth Mysteries of the Macabre (2003), Dutilleux Correspondances (2004), Stravinsky Les noces (2005), Ligeti/Howarth Mysteries of the Macabre (2007), Boulez Pli selon pli (Portrait de Mallarmé) (2011), Britten/C. Matthews Three songs for Les Illuminations & Britten Les Illuminations (2013), Dutilleux Correspondances (2013),

Abrahamsen Let me tell you (2014), werken van Nono, Haydn, Mozart en Stravinsky (2014), werken van Copland, Haydn, Barry en Weill/Elliott (2021)

Radio Filharmonisch Orkest

  • opgericht in 1945 door Albert van Raalte
  • treedt vooral op in omroepseries NTR ZaterdagMatinee en AVROTROS Vrijdagconcert
  • chef-dirigent sinds 2019 Karina Canellakis, voorgangers o.a. Paul van Kempen, Bernard Haitink, Jean Fournet, Hans Vonk, Edo de Waart, Jaap van Zweden, Markus Stenz
  • vaste gastdirigent sinds 2023 is Stéphane Denève

Gerelateerde concerten

Steun

Word Vriend van de Matinee

Als trouwe bezoekers willen wij een bijdrage leveren aan het in stand houden van het unieke karakter en de hoge kwaliteit van de ZaterdagMatinee. Daarom: word Vriend of Genoot van de Matinee

Vrienden

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor de nieuwsbrief.